De Ranger PHEV verandert je benzinegenerator in dood gewicht, en Ford bewijst het
Ford Pro liet de Ranger PHEV op zijn eigen emissiebank aantreden tegen een benzinegenerator van 4 kW. Het oordeel is genadeloos — tot 9000 keer minder stikstofoxiden, een derde van de brandstof en meer dan 1400 euro besparing per jaar.
Ford heeft de benzinegenerator in dood gewicht veranderd — en bewees dat in zijn eigen laboratorium. De Ranger Plug-in-Hybrid met het Pro Power Onboard-systeem verandert in een mobiele krachtcentrale: de stroom komt uit de tractiebatterij en de ingebouwde stopcontacten van 230 V leveren tot 6,9 kW.
Genoeg voor elektrisch gereedschap, verlichting, kachels en keukenapparatuur — of om een 12-volts accu bij te laden. De losse generator kan dus thuisblijven. Precies die generator die ruimte inpikt in de laadbak, het laadvermogen opvreet en jerrycans met brandstof vraagt.
Om zijn claim te onderbouwen zette Ford Pro een rechtstreeks duel op. Op de emissiemeetbank van zijn technisch centrum in Dunton nam de pick-up het op tegen een typische generator van 4 kW. Er werden vier belastingen getest — ongeveer 300, 1500, 2500 en 4000 W, van het opladen van een boormachine tot een kokende waterkoker. Alles werd gemeten: stikstofoxiden, koolmonoxide, koolwaterstoffen en CO2.
De afstraffing was veelzeggend. Bij laag vermogen stootte de generator 15 keer meer stikstofoxiden uit, en op de piek zelfs meer dan 9000 keer. Bij de Ranger PHEV zakten die emissies onder hoge belasting naar nul, omdat de reinigingssystemen op volle toeren draaiden. En de koolmonoxide? De generator produceerde er gemiddeld 450 keer meer van, tot 1200 keer op het maximum. De koolwaterstoffen — 15 tot 110 keer meer.
Met de brandstof hetzelfde verhaal. Op bedrijfstemperatuur verbruikte Pro Power Onboard de helft minder brandstof dan de generator, en met een volle accu nog maar een derde. Voor kleine bedrijven becijfert Ford de besparing op meer dan 1400 euro per jaar — en dat bij slechts een uur gebruik per dag.