Volgens een rapport van de transport- en milieuorganisatie T&E kan de Europese Unie het kostenverschil in batterijen tussen Europese en Chinese productie aanzienlijk verkleinen door lokale capaciteit sneller op te schalen.

Analisten schatten dat het prijsverschil tegen 2030 kan dalen van de huidige 90% naar ongeveer 30%. In geld uitgedrukt betekent dit een kloof van $14 per kWh, vergeleken met een mogelijke $41 zonder steunmaatregelen. Voor een gemiddelde elektrische auto komt dit neer op een prijsverschil van ongeveer €500.

Kostenverlagingen zijn haalbaar door verbeterde productie-efficiëntie, automatisering, lagere defectpercentages en opgebouwde technologische expertise. Dit effect bereiken vereist echter lokale inhoudseisen en steun vanuit het Made in Europe-initiatief.

De Europese Commissie bereidt de Industrial Accelerator Act voor, die Europese producten voorrang geeft bij het gebruik van publieke middelen in strategische sectoren, waaronder batterijen en elektrische voertuigen.

Volgens T&E gaat de ontwikkeling van een eigen batterij-industrie niet alleen over prijs; het is ook een kwestie van industriële soevereiniteit gezien de risico's op exportbeperkingen uit China.