Grondstoffenschaarste: de grootste bedreiging voor betaalbare EV's
De grondstoffenschaarste maakt betaalbare elektrische auto's onmogelijk. Ontdek hoe China's dominantie en stijgende prijzen de Europese EV-markt raken.
De Europese markt voor elektrische auto's staat voor een nieuwe dreiging – niet vanwege een zwakke vraag of een tekort aan laadpalen, maar door de grondstoffen voor accu's. In China, dat een sleutelrol speelt in de wereldwijde accuketen, wordt de schaarste aan materialen steeds zichtbaarder: volgens schattingen is er nog 14,6 jaar winbaar lithium, 3,8 jaar nikkel en beschikt China over vrijwel geen eigen kobaltreserves.
Het probleem is nijpend, want China's kracht schuilt niet in enorme natuurlijke rijkdommen, maar in de dominante positie bij de verwerking en controle over de aanvoerketens. Chinese bedrijven hebben in de loop der tijd belangen verworven in mijnen wereldwijd, denk aan kobaltwinning in de Democratische Republiek Congo en nikkel in Indonesië. Maar dat model functioneert alleen bij stabiele aanvoerlijnen.
Europa is veel kwetsbaarder dan autofabrikanten willen toegeven. Denk aan de zeldzame-aardemagneten voor elektromotoren en windturbines: de afhankelijkheid van China bedraagt circa 98 procent. Ook de productie van zeldzame-aardoxiden is voor zo'n 95 procent in Chinese handen. Toen China in april 2025 exportbeperkingen oplegde op meerdere kritieke materialen, kregen enkele Europese fabrikanten al te maken met productiestops door een tekort aan componenten.
Daarop volgden prijsschokken. Op bepaalde momenten kostten magneten in Europa zes keer zoveel als in China. Neodymium en dysprosium stegen met 40 tot 50 procent, en sommige accugrondstoffen gingen nog sneller omhoog: lithiumhexafluorfosfaat sprong met 118 procent, lithiumkobaltoxide met 150 procent. Die verhogingen duiken niet altijd direct op in de consumentenprijzen, maar ze zijn wel stevig ingebakken in de productiekosten.
Het hardst geraakt wordt het segment van de betaalbare elektrische auto's. De accu maakt gewoonlijk 35 tot 40 procent van de kostprijs uit, met zeldzame-aardmaterialen die daar nog 5 tot 8 procent bovenop doen. Premium SUV-bouwers kunnen de klap deels dempen met hun marges en door te schuiven in de uitrusting. Bij modellen als de Dacia Spring, Citroën ë-C3 of de toekomstige Renault Twingo E-Tech is er nauwelijks speelruimte – deze auto's draaien om een lage prijs.
Blijven de grondstofprijzen stijgen, dan rest autofabrikanten een bittere pil: prijzen verhogen, specificaties schrappen, de kosten doorschuiven naar leveranciers of de productie van bepaalde varianten vertragen. Voor de koper vertaalt zich dat in minder betaalbare EV's, juist in het segment dat elektrisch rijden voor het grote publiek mogelijk moest maken.
Brussel werkt aan het verminderen van die afhankelijkheid. De Europese plannen mikken op het delven van minstens 10 procent van de eigen behoefte aan kritieke grondstoffen en het terugbrengen van de afhankelijkheid van één land tot maximaal 65 procent. Ook accurecycling staat in de belangstelling: Volkswagen, Stellantis, Mercedes-Benz en Renault investeren al in recycling en in Europese start-ups die zich op grondstoffen richten.
Maar snelle oplossingen bestaan niet. Volgens schattingen uit de sector hebben de meeste Europese autofabrikanten amper 16 procent van hun aanvoer vastgelegd via langetermijncontracten. De rest is overgeleverd aan marktfluctuaties, politieke besluiten en prijsschommelingen.
In de nabije toekomst draait het grootste risico voor betaalbare elektrische auto's niet om de technische haalbaarheid, maar om de beheersbaarheid van de prijs. Zonder goedkope, stabiele accu's dreigt de EV van 20.000 à 25.000 euro van een massamarktbelofte te verworden tot een papieren droom.