Nieuwe auto's hebben een onverwachte zwakke plek: terwijl de algemene voertuigkwaliteit verbetert, lijkt infotainment stil te blijven staan. In het onderzoek van J.D. Power uit 2026 was multimedia al goed voor 25% van alle gemelde problemen. Anders gezegd: één op de vier klachten komt inmiddels uit de digitale kant van de auto.
Eigenaren meldden gemiddeld 42,4 multimediaproblemen per 100 voertuigen. Dat cijfer veranderde in een jaar nauwelijks, en precies daar zit de pijn: de andere grote categorieën werden duidelijk beter. Infotainment was het enige belangrijke gebied waarin de kwaliteit niet vooruitging.
Voor het onderzoek werden in de Verenigde Staten 78.514 kopers en leaserijders van voertuigen uit modeljaar 2026 ondervraagd na hun eerste 90 dagen gebruik. De resultaten beschrijven dus vooral de Amerikaanse markt en mogen niet als een universeel wereldwijd rapportcijfer worden gezien. Toch is de trend moeilijk te negeren: de zwakke plek van een moderne auto zit steeds vaker in de software en niet onder de motorkap.
‘Naarmate voertuigen steeds meer softwaregedefinieerd worden, verschuiven kwaliteitsproblemen van hardwarestoringen naar systeemcomplexiteit, softwareprestaties en connectiviteit’, legde Lisa Boor van J.D. Power uit.
En hier wordt het echt ongemakkelijk. De vijf vaakst genoemde problemen in het onderzoek hadden allemaal met multimedia te maken. Sommige functies worden wel beter: de tevredenheid over ingebouwde navigatie steeg met 17 punten naar 933 van de 1000.
Voor de bestuurder van een moderne auto verandert dit bijna de betekenis van een defect. De auto kan technisch probleemloos rijden, maar een vastlopend scherm, een instabiele smartphoneverbinding of een trage interface kan de ervaring bijna net zo sterk bederven als motor- of transmissieproblemen. Hoe meer de auto een computer op wielen wordt, hoe zichtbaarder dit nieuwe front in de strijd om kwaliteit wordt.