Een onderdeel van 17 dollar heeft een total loss-supercar weer tot leven gewekt. De Britse autovlogger Mat Armstrong kocht een beschadigde McLaren 600LT in Griekenland, ongezien, en gaf zichzelf een keiharde deadline: zeven dagen. De auto weigerde te starten. De boosdoener bleek een geactiveerde pyrozekering, en in plaats van het originele McLaren-onderdeel vond Armstrong een compatibel Mercedes-Benz-component — voor slechts 17 dollar.
Daar hield de uitwisselbaarheid niet op. Voor de beschadigde vering werd een onderste draagarm van een McLaren 720S gebruikt. Het onderdeel paste niet direct: de 720S heeft een hydraulische vering, de 600LT een mechanische stabilisatorstang, dus de arm moest worden aangepast. Een gebarsten gegoten aluminium deurscharnier werd met lassen gerepareerd, en de geactiveerde veiligheidsgordels gingen naar specialisten om de gordelspanners weer op te bouwen.
Precies hier houdt het verhaal op zomaar een anekdote over een goedkoop onderdeel te zijn. Een draagarm, een pyrotechnisch element in het elektrische systeem, gordelspanners — het zijn allemaal onderdelen waar de veiligheid van afhangt. Autoblog wijst er expliciet op dat het team nooit een officiële verzekeringstaxatie van de staat van de auto heeft gehad. Het project laat dus zien wat een onafhankelijke reparatie kan bereiken, maar bevestigt niet dat de gereviseerde auto voldoet aan de fabrieksprocedures van McLaren.
De technische basis van de 600LT maakt het experiment extra riskant. Onder de motorkap zit een 3,8-liter twinturbo-V8 met 592 pk volgens de Britse norm (in de praktijk zo'n 600 pk), 620 Nm koppel en een sprint naar 100 km/u in 2,8 seconden. Dit is geen auto waarbij de vergeometrie of de passieve veiligheid genoegen kunnen nemen met een cosmetische reparatie.
De uiteindelijke rekening van het project kwam neer op ongeveer 141.000 dollar, inclusief de al volledig rijklare, gereviseerde auto. De bron specificeert niet hoeveel daarvan naar de aankoop, onderdelen en arbeid ging, dus de 141.000 dollar rechtstreeks "reparatiekosten" noemen zou misleidend zijn.
Voor Armstrong is het zoeken naar onderdelen buiten de officiële catalogus geen nieuwe truc. Bij een ander project drukte hij de onderhoudskosten van een Bugatti Veyron flink door meerdere in massa geproduceerde onderdelen te vinden in plaats van de veel duurdere opties uit de officiële toeleveringsketen. Toen kwam de uiteindelijke servicerekening uit op 1.193,83 pond — tegenover de eerder genoemde 25.000 dollar.
Het verhaal van de 600LT laat iets belangrijkers zien dan het verschil tussen 17 dollar en de prijs van een fabrieksonderdeel: zelfs bij een supercar in kleine oplage zijn sommige problemen op te lossen met standaard auto-onderdelen, terwijl andere onderdelen op maat gemaakt metaalwerk en gespecialiseerde reparatie vereisen. De grens tussen slim besparen en een riskant compromis loopt precies langs de veiligheid — en een deadline van zeven dagen verandert daar niets aan.