Mitsubishi Fuso beloofde de uitstoot van zijn fabrieken uiterlijk in 2039 tot nul terug te brengen. Dat is nu gelukt – 14 jaar eerder. Het klinkt als een triomf. Er zit alleen een addertje onder het gras: het was de balans die op nul uitkwam, niet de werkelijke hoeveelheid uitstoot. De rest van de CO2 kocht de fabrikant simpelweg terug in de vorm van gecertificeerde koolstofkredieten.
Over 2025 kregen vier Japanse locaties de status koolstofneutraal: de fabrieken in Kawasaki en Nakatsu, de busfabriek Mitsubishi Fuso Bus Manufacturing in Toyama en de carrosseriefabriek PABCO in Sagami. Fuso mikte aanvankelijk pas op 2039 voor neutraliteit, maar versnelde in 2023 flink en schoof het doel op naar 2025. Op dat moment hadden Kawasaki en Nakatsu hun uitstoot al met meer dan 20% teruggebracht ten opzichte van 2015, en was de ingekochte elektriciteit al overgeschakeld op hernieuwbare bronnen.
Zonnepanelen, energiebesparing en groene stroom deden een groot deel van het werk. Niet alles. Gedurende kalenderjaar 2025 en het eerste kwartaal van 2026 dichtte Fuso het resterende gat met kredieten – het deel dat het bedrijf zelf nog altijd onvermijdelijk noemt. Vanaf april 2026 belooft de fabrikant de neutraliteit vast te houden met verdere CO2-reducties. Wat het niet zegt, is of het gebruik van kredieten ooit stopt, en welk deel van het resultaat daadwerkelijk daarvan afkomstig is.
Er is nog een detail dat makkelijk over het hoofd wordt gezien. De aangekondigde neutraliteit geldt alleen voor de productieactiviteiten. Toeleveranciers, het transport van onderdelen en het gebruik van dieseltrucks en -bussen vallen erbuiten. Ook de certificeringen ISO 14001 en ISO 50001, waarmee de aankondiging wordt onderbouwd, zijn geen bewijs van nul uitstoot – ze bevestigen alleen milieu- en energiemanagementsystemen, niet meer dan dat.
Zo'n gedurfde claim kan maar op één manier worden gecontroleerd: met een rapport met de absolute uitstoot, het aantal gebruikte kredieten en gegevens van een onafhankelijke auditor. Zolang dat er niet is, blijft de vraag open – hoeveel hiervan werkelijke decarbonisatie van de fabrieken is, en hoeveel een fraai verpakte compensatie die buiten de deur is ingekocht.