De onzekere toekomst van SEAT na 2030 in de VW-groep
Volkswagen heeft nog geen beslissing genomen over SEAT na 2030, met bevroren investeringen door Euro 7-regels. Lees over de plannen voor hybride modellen en de focus op verbrandingsmotoren.
Volkswagen heeft nog geen beslissing genomen over de toekomst van het SEAT-merk na 2030. Het bedrijf heeft grote investeringen bevroren in afwachting van definitieve EU-besluiten over de Euro 7-regelgeving, die het lot van het modelgamma zullen bepalen. Terwijl CUPRA actief elektrische projecten ontwikkelt, waaronder de compacte EV Raval, heeft SEAT zelf geen elektrische voertuigen meer na het vertrek van de Mii electric.
Aankomende updates voor het merk zijn minimaal: de Ibiza en Arona krijgen in 2027 mild-hybride aandrijving, terwijl de Leon in 2028–2029 een hybride versie en een facelift krijgt. Verdere ontwikkelingen liggen stil. Het management stelt duidelijk dat investeren in betaalbare EV's momenteel te duur is en dat de marges in het massamarktsegment onvoldoende zijn. Daarentegen kan CUPRA, als winstgevender merk, de kosten van elektrificatie dragen.

Volgens het Franse medium Caradisiac zijn er geen SEAT-modellen gepland op het MEB+-platform: het bedrijf richt zich op het behoud van het huidige gamma verbrandingsmotoren zolang de wetgeving dit toestaat. Tot ten minste 2029 zal het merk geen eigen elektrische voertuigen hebben.
Ondertussen elektrificeert de VW-groep actief zijn Spaanse fabrieken: de productie van de CUPRA Raval en Volkswagen ID. Polo start in 2026 in Martorell, terwijl de Skoda Epiq en ID. Cross in Navarra worden geproduceerd.
De toekomst van SEAT blijft onzeker: het merk balanceert tussen het verlengen van de levensduur van zijn verbrandingsmodellen en een mogelijke overgang naar een nieuwe rol binnen de groep.