Chinese autofabrikanten hebben in plug-inhybrides een bijna perfect wapen gevonden voor hun opmars in Europa. Vanaf 2027 kunnen de spelregels echter een stuk minder gunstig worden. Volgens een nieuw onderzoek van ICCT waren Chinese merken tussen januari en juli 2026 al goed voor 28% van alle Europese PHEV-registraties, terwijl het aantal geregistreerde auto’s met ongeveer 60% steeg ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.
En precies hier wordt het ongemakkelijk. Het probleem zit in de manier waarop de officiële uitstoot wordt berekend. ICCT analyseerde gegevens van ongeveer 920.000 plug-inhybrides en vond een enorme kloof: bij auto’s uit 2023 lag de werkelijke CO₂-uitstoot gemiddeld 4,6 keer hoger dan de gecertificeerde waarden. Sterker nog, tussen 2021 en 2023 steeg de daadwerkelijke uitstoot van 130 naar 134 g/km, terwijl de officiële cijfers tegelijk daalden van 37 naar 29 g/km.
De Europese Unie heeft al besloten om die kloof te verkleinen. De zogeheten Utility Factor wordt aangepast, de factor waarmee bij de officiële uitstootberekening wordt ingeschat welk deel van de ritten van een PHEV elektrisch wordt afgelegd. De tweede fase van de wijzigingen gaat vanaf 2027 invloed hebben op de homologatie. In de praktijk moeten de officiële CO₂-waarden dichter bij het werkelijke gebruik komen te liggen, waardoor het voordeel van plug-inhybrides bij de gemiddelde vlootuitstoot van fabrikanten kleiner wordt.
Volgens ICCT kunnen juist Chinese merken deze omslag extra hard voelen. De reden is simpel: PHEV’s krijgen een steeds groter aandeel in hun snel groeiende Europese verkoop. Toch is het veel te vroeg om de plug-inhybride dood te verklaren. De Europese Unie verbiedt PHEV’s niet — ze verandert alleen de manier waarop hun uitstoot wordt meegerekend, en die nieuwe rekensom kan een stuk minder gunstig uitpakken.