Autocar heeft een lijst samengesteld met de beste Duitse motoren aller tijden. De lijst bevat niet alleen motoren uit productieauto's, maar ook race-, record- en zelfs een maritieme MAN-motor. Het overzicht laat zien waarom Duitsland is uitgegroeid tot een van de belangrijkste technische centra in de autowereld.
Een van de meest legendarische motoren is de Audi R10 TDI. In 2006 schreef deze 5,5-liter diesel-V12 geschiedenis met overwinningen in de 24 uur van Le Mans, de 12 uur van Sebring en de LMP1-klasse in de American Le Mans Series. Voor een dieselmotor was dat een echte doorbraak – al doen de letters TDI na de emissieschandalen wat gedateerd aan in de racerij.
BMW komt meerdere keren voor. De M20 zescilinder stond bekend om zijn soepelheid, de S14 maakte van de eerste M3 een race-icoon en de N74 V12 koos een andere weg richting luxe in de BMW 7 Serie en Rolls-Royce. Mercedes is vertegenwoordigd met de M139, M156 en M196 – van een 2,0-liter AMG-turbo met 416 pk tot een race-inline-acht met directe injectie en desmodromische klepbediening.

Sommige motoren zijn niet zozeer belangrijk vanwege hun cijfers, maar vanwege hun betekenis. De Volkswagen Type 1 werd gebouwd van 1938 tot 2003 en dreef de Kever, Transporter, Karmann Ghia en zelfs lichte vliegtuigen aan. De EA827 vond zijn weg onder de motorkap van talloze VW-, Audi-, Seat- en Skoda-modellen, waaronder de originele Golf GTI. En de boxermotor van de Porsche 911 is een zeldzaam voorbeeld van een motor die decennialang evolueerde zonder zijn ziel te verliezen.
Dan is er het extreme: de Bugatti W16 – 8,0 liter, vier turbo's en maar liefst 1.479 pk in de Chiron. Zulke motoren lijken bijna ondenkbaar in een toekomst die volledig in het teken staat van emissies en brandstofefficiëntie. Daardoor voelt de lijst niet aan als een museumstuk, maar als een herinnering: het tijdperk van de verbrandingsmotor loopt ten einde, maar zijn grootste hits waren ronduit indrukwekkend.