Op de BIMOS 2026-show in Busan is MINI eindelijk in Korea opgedoken met de auto waarop hier velen sinds het Parijse debuut van 2024 wachten — de volledig elektrische MINI John Cooper Works Aceman. De eerste ‘hete’ MINI-crossover zonder ook maar een druppel benzine onder de motorkap. En hij landde eindelijk in een land dat het een en ander van elektrische auto’s weet.
De auto kwam in vol ornaat de stand op: donkere carrosserie, contrasterend Chili Red-dak, rode accenten over de hele omtrek en een dik John Cooper Works-embleem op de achterklep. Maar dit is geen showroom-lakwerk. Onder al die show zit een productie-EV met voorwielaandrijving en een motor van 190 kW, oftewel 258 pk. Koppel — 350 Nm. Van nul naar 100 km/u — 6,4 seconden. Topsnelheid — 200 km/u, zonder dat softe plafond van 150 km/u waar zoveel stads-EV’s stilletjes aan vastzitten.
En hier komt het hoogtepunt van de JCW Aceman — de boostfunctie. In Go-Kart-stand trekt de bestuurder aan een paddle op het stuur en krijgt 10 seconden lang 20 kW extra. Op de schermen loopt een aftelteller, de geluidsgenerator brult, de vooras stuitert onder belasting. Puur theater — en het werkt. MINI benadrukt ook de chassisingrepen: stuggere veren, meer negatieve camber vooraan, eigen stabilisatoren. De auto moet het beroemde ‘kart-gevoel’ behouden — nu alleen zonder benzinemotor.
De accu van de JCW Aceman is dezelfde als in de zwakkere elektrische versies: 54,2 kWh bruto. Maar de opgegeven actieradius is het zwakke punt: amper 355 km volgens WLTP. In Korea is dat, eerlijk gezegd, geen argument. De lokale Kia EV3 in Long Range-uitvoering haalt tot 605 km. De Hyundai Kona Electric schiet vlot over de 500. Op dat scorebord verliest MINI met overmacht. Maar ze heeft zich nooit voor die wedstrijd ingeschreven. Wat hier verkocht wordt is iets anders — compacte maten, brutaal uiterlijk, sportieve zithouding en het imago van een stadsauto die weigert op te gaan in de massa. Bereik is in deze formule niet de hoofdvariabele.
Het interieur volgt eveneens het klassieke MINI-scenario: rond centraal OLED-display midden op het dashboard, vrijwel geen fysieke knoppen, tuimelschakelaars op het onderpaneel, sportstoelen met hoge wangen en overal rode JCW-accenten. En precies hier scheidt deze auto zich van de rest van de moderne EV’s. Die proberen koste wat kost neutraal en bedaard over te komen, als een iPad op wielen. De Aceman speelt de tegenovergestelde kaart. Hierbinnen schreeuwt vrijwel elk detail hetzelfde: ze verkopen je geen vervoermiddel. Ze verkopen je karakter.