Een atmosferische V16 tot 9000 tpm laten draaien, hem echt wild laten klinken en tegelijk een strenge homologatie doorstaan grenst aan technische zelfkastijding. Toch heeft Bugatti een van de belangrijkste fases in de ontwikkeling van de Tourbillon afgerond — het afstemmen en homologeren van het geluid van de nieuwe motor. Bij de betreffende test bedraagt het maximaal toegestane niveau slechts 72 dB. En daar begint de ellende voor de ingenieurs: de microfoons horen niet alleen de motor. Ook banden, carrosserie en aerodynamische onderdelen tellen mee in het eindresultaat.
Hoe behoud je die rauwe, bijna ongefilterde mechanische stem van Bugatti zonder hem onder de regels te smoren? De ingenieurs draaiden duizenden simulaties van het inlaat- en uitlaatsysteem om precies het juiste karakter te behouden. Het merk weigerde bovendien bewust de bekende truc om motorgeluid kunstmatig via luidsprekers te versterken. Alles wat de bestuurder hoort, wordt door de aandrijflijn zelf gemaakt; de geluidsisolatie bepaalt alleen hoe intens dat geluid het interieur binnenkomt.
De echte beproeving was echter de homologatie. De uiteindelijke 72 dB wordt bepaald aan de hand van meerdere metingen, waaronder rijden met constante snelheid en accelereren. Zelfs de actieve achtervleugel kan de uitslag beïnvloeden, terwijl een simpele windvlaag een verder geslaagde run ongeldig kan maken. Na drie jaar ontwikkeling van de Tourbillon zijn de belangrijkste akoestische tests afgerond. Alleen kleine aanpassingen en de laatste verfijning blijven over.
En de bron van al dat geluid is werkelijk indrukwekkend. De samen met Cosworth ontwikkelde atmosferische 8,3-liter V16 levert 1000 pk bij 9000 tpm en 900 N·m. Drie elektromotoren voegen nog eens 800 pk toe, waardoor het hybride systeem van de Tourbillon op een gecombineerd vermogen van 1800 pk uitkomt. Het is bijna een paradox: een van de meest krankzinnige motoren van deze tijd moest leren zacht genoeg te praten. Maar niemand zal deze V16 een fluisteraar noemen.