Niet alleen te hard rijden, file of stevig optrekken kost extra brandstof. Ook veel voorzieningen in de auto worden bijna vanzelf ingeschakeld, maar elk ervan verbruikt stroom – en dat betekent dat de motor meer moet verbranden.
De airconditioning is de grootste boosdoener. Volgens ADAC-cijfers, aangehaald door SPEEDME, kan de airco in de stad het brandstofverbruik met wel 20 procent verhogen. Bij een auto die gemiddeld 5 L/100 km verbruikt, is dat een extra liter per 100 km. Op de snelweg is het effect kleiner – ongeveer 6 procent, of 0,3 L/100 km. Gemiddeld zorgt de airco voor 10 tot 15 procent extra verbruik. Toch is het niet verstandig om hem helemaal uit te schakelen om brandstof te besparen: beslagen ruiten, hitte en bestuurdersvermoeidheid kunnen namelijk veel gevaarlijker zijn dan een beetje meer brandstof.
Ook elektrische accessoires zijn niet gratis. De accu wordt opgeladen via de dynamo, die de motor belast. ADAC geeft een eenvoudige vuistregel: elke 100 watt elektrisch verbruik leidt tot ruwweg 0,1 L/100 km extra brandstof. Dat betekent dat de voor- of achterruitverwarming (ongeveer 800 watt) het verbruik met 0,8 L/100 km kan doen stijgen. De cabin ventilator op medium vraagt zo'n 170 watt, dimlicht 125 watt, mistlicht 110 watt, stoelverwarming circa 100 watt en een verwarmd stuur 50 watt.
Sommige systemen zijn nog gulziger. Een standkachel kan tot 2000 watt verbruiken, wat overeenkomt met maar liefst 2 L/100 km. In dat perspectief hebben de radio (20 watt), een USB-poort (100 watt) of een draagbare navigatie (10 watt) nauwelijks invloed op je portemonnee – ook al vormen ze technisch gezien wel een extra belasting.
De boodschap is verstandig, niet fanatiek zuinig rijden. Airconditioning, ruitverwarming en verlichting zijn essentieel voor de veiligheid, maar er is geen reden om stroomvreters uit gewoonte aan te laten staan. Soms begint het extra brandstofverbruik niet bij het gaspedaal, maar bij een knop die allang uit had kunnen staan.