Rivian heeft zijn plannen voor de nieuwe fabriek in Stanton Springs North, Georgia, herzien. De eerste fase is nu geschaald op een jaarproductie van 300.000 voertuigen – vijftig procent meer dan het eerdere doel van 200.000. Met een gerichtere strategie richt Rivian zich op een ambitieuzere eerste fase, in plaats van twee oorspronkelijk geplande fases van ieder 200.000 stuks.

Daarnaast is Rivian erin geslaagd de federale financiering opnieuw te onderhandelen. De lening van het Amerikaanse ministerie van Energie is teruggebracht van 6,6 miljard dollar naar 4,5 miljard, waarvan circa 4 miljard aan hoofdsom en zo'n 500 miljoen aan gekapitaliseerde rente. Het bedrijf wil de fondsen begin 2027 aanspreken, waarna de productie op de locatie tegen het einde van 2028 van start moet gaan.

De fabriek krijgt als hoofddoel de productie van modellen op het meer betaalbare R2-platform. Dit is een cruciale zet voor Rivian. De huidige R1T en R1S blijven dure elektrische nichevoertuigen, terwijl de R2 bedoeld is om de bredere markt aan te boren. De hogere capaciteit stimuleert niet alleen de verkoop, maar verlaagt ook de productiekosten per eenheid.

Een ander puzzelstukje is de robotaxidienst voor Uber. De twee bedrijven kondigden eerder al een partnerschap aan: als Rivian bepaalde mijlpalen op het gebied van autonoom rijden haalt, kan Uber tot 2031 maximaal 1,25 miljard dollar in Rivian investeren. De geplande vloot omvat tot 50.000 volledig autonome R2-voertuigen, die te bestellen zijn via de Uber-app.