Volvo Cars heeft de verkoopcijfers bekendgemaakt voor de periode van februari tot en met april 2026. Het bedrijf leverde 162.864 auto's af — een daling van 10 procent ten opzichte van de 180.280 exemplaren in dezelfde periode in 2025.

Op het eerste gezicht lijkt de terugval fors, maar de uitsplitsing nuanceert het beeld. De volledig elektrische modellen stegen juist met 14 procent, van 34.441 naar 39.235 stuks op jaarbasis. De daling komt dus niet van de EV-kant; ze wordt veroorzaakt door plug-in hybrides en auto's met verbrandingsmotoren. De leveringen van PHEV's krompen met 12 procent tot 38.551 voertuigen, terwijl mild-hybride en conventionele benzineversies met 16 procent tuimelden naar 85.078 eenheden.

Geëlektrificeerde modellen waren goed voor 48 procent van de totale afzet. Volledig elektrische auto's claimden 24 procent, net als plug-in hybrides met eveneens 24 procent. Een jaar eerder lag het absolute aantal geëlektrificeerde voertuigen nog iets hoger — 78.470 tegenover 77.786 nu — maar de onderlinge verhouding is verschoven: BEV's winnen terrein terwijl PHEV's inleveren.

De grootste zorgenkinderen zijn China en de Verenigde Staten. In China ondervindt Volvo stevige concurrentie van lokale spelers en een trage markt. In de VS drukken een somber consumentensentiment, een traag herstel van de EV- en PHEV-vraag na het schrappen van subsidies en felle prijsoorlogen in het SUV-segment de verkopen.

Erik Severinsson, commercieel directeur van Volvo, liet weten dat het bedrijf vasthoudt aan zijn prijsbeleid en in Europa een gestage orderstroom ziet. Hij wees op zeven opeenvolgende maanden van groei in de leveringen van elektrische auto's, aangejaagd door de EX30 en EX40. Deze zomer ontvangen de eerste klanten de EX60 en een geleidelijke productieopschaling moet de tweede jaarhelft ondersteunen.

De grote onzekerheid is of de EX60 snel voldoende volume kan genereren in de markten waar Volvo momenteel terrein verliest. Voorlopig is het patroon helder: oudere hybride- en benzinevarianten slepen de cijfers omlaag, terwijl het elektrische gamma — bepaald niet alleen een imagobooster — inmiddels onmisbaar is om het merk competitief te houden.