Op het eerste gezicht lijkt de keuze duidelijk: Toyota 4Runner — goedkoper, Land Cruiser — duurder. De 4Runner 2025 begint in de VS rond 40 800 dollar, terwijl de Land Cruiser 1958 al bij instap 56 700 vraagt. Zaak gesloten, zou je zeggen. Neem de 4Runner. Maar dat zou een voorbarige conclusie zijn.
De Land Cruiser komt namelijk standaard met de i-FORCE MAX hybride aandrijflijn en permanente vierwielaandrijving. De basis-4Runner van 40 000 niet. Ze zo recht tegenover elkaar zetten is als sneakers en wandelschoenen beoordelen op de kleur van de veters.
Het wordt interessant zodra je de 4Runner naar hetzelfde niveau optrekt. Voeg de hybride toe, voeg de vierwielaandrijving toe — en het prijsargument verdampt geruisloos. Een 4Runner Limited i-FORCE MAX 4WD ligt rond de 60 200 dollar. Daarmee is de basis Land Cruiser 1958 ongeveer 3 500 dollar goedkoper. Onder beide motorkappen ligt hetzelfde Toyota hybridesysteem met 326 pk.
De 4Runner houdt zijn troeven. De terreingeometrie is een tikje gewaagder: bodemvrijheid van zo'n 234 mm tegenover ongeveer 221 mm bij de Land Cruiser. Betere op- en afrijdhoeken, grotere banden. Voor wie tussen grindpaden, stenen en kapotgereden landweggetjes leeft, past de 4Runner echt bij de rol.
De Land Cruiser speelt een andere troef uit. Stiller op asfalt, soepeler over kuilen, duurder bij aanraking — minder hard plastic in de cabine, meer materialen die je wilt aanraken. De 1958-uitvoering flirt met retrodetails, zoals ronde koplampen, maar onder dat kostuum staat een moderne ladderchassis-SUV met hybride aandrijflijn en permanente vierwielaandrijving. Als terrein meer een vangnet is dan dagelijkse routine, is de Land Cruiser de slimmere aankoop.
De echte vraag is dus niet ‘4Runner of Land Cruiser’, maar ‘waar breng je 90% van je tijd door?’ Catalogusprijzen misleiden. De werkelijke kosten zijn vrijwel gelijk. Het verschil zit in het karakter.
Eerder werd gemeld dat Toyota het debuut voorbereidt van een speciale versie van de Land Cruiser, ter gelegenheid van het jubileum van het model.